Schapenweetjes

* de informatie/weetjes die hieronder vermeld staan, komen van internet en uit boeken

Schapen zijn herkauwers. Om goed te kunnen eten en kauwen hebben schapen 24 kiezen. Deze kiezen zitten in de boven- en onderkaak. In de onderkaak heeft het schaap ook tanden. In de bovenkaak zitten geen tanden, alleen maar kiezen. Wanneer het schaap heeft gegeten, gaat het beest herkauwen. Hiervoor heeft het 4 magen: de pens, de lebmaag, de boekmaag en de netmaag. Een schaap herkauwt 4 tot 6 maal per 24 uur, steeds 10 tot 50 minuten.

 

Een schaap heeft een breed blikveld en slecht dieptezicht. Ze hebben moeite met het zien van details. Een schaap vermijdt schaduwen en scherpe contrasten tussen licht en donker. Ze zien kleuren, maar anders dan mensen.

Schapen hebben een uitstekende reuk. Met hun reuk kunnen schapen roofdieren opmerken, bronstige ooien detecteren, hun lammeren vinden, water opsporen en verschillen tussen planten herkennen. Een schaap zal geen voer eten waar andere schapen overheen hebben gelopen. Ze herkennen ook de geur van hun verzorgers erg goed.

Schapen hebben een uitstekend gehoor. Met hun lange oren kunnen ze heel goed de richting bepalen waar het geluid vandaan komt. Schapen horen minder lage tonen en meer hoge tonen. Ze zijn bang voor plotseling harde geluiden en kunnen dan op de vlucht slaan.

Schapen hebben gevoelige lippen. Voelen en tasten doen ze alleen met hun lippen en tong.

Waarom teveel brood niet goed is voor schapen. Schapen hebben naast een maag zoals wij die ook hebben, drie voormagen. De belangrijkste voormaag is de pens. Hierin wordt het voer door miljarden bacteriën en protozoën verteerd. Hierbij komen vetzuren vrij die heel belangrijk zijn voor de energievoorziening van het dier. Deze bacteriën en protozoën zijn dus gespecialiseerd in het openbreken van, voor ons onverteerbare, plantendelen. Immers, wanneer wij gras eten komt het er aan de achterkant ongeschonden uit. Wanneer deze bacteriën en protozoën veel makkelijk verteerbaar voer (brood, brokjes) krijgen gaat de vertering zo snel dat er melkzuur wordt gevormd. Vergelijk het met ons als wij even 500 meter hard moeten lopen: onze spieren gaan melkzuur vormen en wij hebben spierpijn. Iets vergelijkbaars gebeurd in de pens van de schapen en kan tot gevolg hebben dat de zuurgraad in de pens omhoog gaat. We spreken dan van pensverzuring en dat kan zelfs het massaal afsterven van bacteriën en protozoën tot gevolg hebben. De dieren hebben dan geen eetlust en voelen zich ziek. Ook kan er door een verkeerde verhouding tussen goede en slechte bacteriën in de darmen, zich diarree ontwikkelen. “Slechte” bacteriën kunnen zich dan extra gaan ontwikkelen. De gevaarlijkste “slechte” bacterie voor schapen is de Clostridium bacterie. Dit is een bacterie die zich normaal inkapselt omdat hij niet tegen zuurstof kan. Maar in bovengenoemde omstandigheden kan die zich massaal gaan ontwikkelen. De Clostridium bacterie is vooral gevaarlijk omdat hij in staat is uiterst gevaarlijke gifstoffen te produceren die al in zeer kleine hoeveelheden zoals een fractie van een milligram, dodelijk zijn. Wanneer de Clostridium bacterie bij het schaap zich aldus ontwikkelt, zal het dier sterven. Als wij zorgen dat de hoeveelheid makkelijk verteerbaar voedsel, zoals brokjes en brood, in een goede verhouding staat met het natuurlijk voedsel, zoals gras en hooi, zal de vertering in de pens normaal verlopen en blijven de schapen gezond.